In het kort
Onderzoekers hebben een methode ontwikkeld om de genetische diversiteit van dolfijnenpopulaties te meten aan de hand van eDNA (environmental DNA) in zeewater. Deze techniek maakt het mogelijk om de genetische variatie binnen populaties te bepalen zonder de dieren direct te hoeven observeren of vangen.
Feiten over dit nieuwsbericht
- 1
Onderzoekers kunnen genetische diversiteit van dolfijnenpopulaties meten.
- 2
De methode maakt gebruik van eDNA (environmental DNA) in zeewater.
- 3
eDNA is omgevings-DNA dat door dieren in het water wordt achtergelaten.
- 4
Deze techniek is een non-invasieve aanpak.
- 5
Het verzamelen van fysieke monsters van dieren is de traditionele methode.
Hoe de media berichten
1 artikelAchtergrond
Traditioneel vereist het meten van genetische diversiteit het verzamelen van fysieke monsters, zoals huidbiopten, van de dieren zelf. Dit proces kan invasief zijn en vereist vaak dat de dieren gevangen of benaderd worden, wat logistiek complex en stressvol kan zijn voor zowel de onderzoekers als de dieren.
De nieuwe methode met eDNA biedt een non-invasieve aanpak. Door simpelweg zeewater te verzamelen, kunnen onderzoekers sporen van het DNA van dolfijnen detecteren. Dit DNA kan afkomstig zijn van huidschilfers, uitwerpselen of andere biologische materialen die de dieren in hun leefomgeving achterlaten. De analyse van dit eDNA kan vervolgens informatie verschaffen over de genetische samenstelling en diversiteit van de populatie die in dat gebied voorkomt.