De Gelderse GGD heeft naar eigen zeggen voor het eerst wereldwijd het bofvirus aangetoond in rioolwater. Deze bevinding zou een nieuwe manier kunnen bieden om de verspreiding van de ziekte te monitoren.
De ontdekking werd gedaan tijdens regulier onderzoek van rioolwatermonsters. De GGD voert dergelijk onderzoek uit om de aanwezigheid van verschillende ziekteverwekkers in de bevolking te volgen. Door rioolwater te analyseren, kan een beeld worden verkregen van de gezondheid van een gemeenschap, zonder dat individuele tests nodig zijn. Dit is vooral nuttig voor infectieziekten, omdat het een vroegtijdige waarschuwing kan geven voor een uitbraak.
De bof is een infectieziekte die wordt veroorzaakt door het bofvirus. De ziekte kenmerkt zich door een ontsteking van de speekselklieren, wat leidt tot zwelling van de wangen en koorts. Bof is over het algemeen een milde ziekte, maar kan in zeldzame gevallen leiden tot ernstige complicaties, zoals hersenvliesontsteking of onvruchtbaarheid. De ziekte wordt verspreid door direct contact met speeksel of door hoesten en niezen.
In Nederland is vaccinatie tegen bof opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma. Kinderen krijgen op de leeftijd van 14 maanden en 9 jaar een vaccinatie tegen mazelen, bof en rodehond (BMR). Dankzij de hoge vaccinatiegraad komt bof in Nederland relatief weinig voor. Desondanks zijn er soms lokale uitbraken, vooral onder groepen die niet of onvolledig gevaccineerd zijn.
De Gelderse GGD onderzoekt nu verder hoe de vondst van het bofvirus in rioolwater gebruikt kan worden voor de surveillance van de ziekte. Het idee is dat regelmatige monitoring van rioolwater een vroegtijdig waarschuwingssysteem kan vormen voor opkomende bofuitbraken. Hierdoor kunnen gerichte maatregelen worden genomen om de verspreiding van de ziekte te voorkomen, zoals het aanbieden van vaccinaties aan risicogroepen.
De GGD benadrukt dat verder onderzoek nodig is om de methode te optimaliseren en de betrouwbaarheid van de resultaten te waarborgen. Er moet bijvoorbeeld worden vastgesteld hoe de concentratie van het virus in rioolwater zich verhoudt tot het aantal daadwerkelijke ziektegevallen in de bevolking. Ook moet worden onderzocht hoe lang het virus stabiel blijft in rioolwater en welke factoren de detectie kunnen beïnvloeden.
Indien de methode succesvol blijkt, zou deze in de toekomst ook voor andere infectieziekten kunnen worden ingezet. Rioolwateronderzoek is een relatief goedkope en efficiënte manier om de gezondheid van een grote groep mensen te monitoren. Het kan een waardevolle aanvulling zijn op de bestaande methoden van surveillance, zoals het verzamelen van gegevens van huisartsen en ziekenhuizen.