In bijna zeventig gemeenten in Nederland is een proef gestart met noodsteunpunten. Deze steunpunten zijn bedoeld om inwoners te ondersteunen in noodsituaties, met name bij uitval van essentiële voorzieningen.
De noodsteunpunten zijn opgezet als onderdeel van een proef om de veerkracht van gemeenschappen te vergroten in tijden van crisis. De steunpunten bieden een fysieke locatie waar inwoners terecht kunnen voor informatie, hulp en basisvoorzieningen wanneer reguliere systemen falen. De proef richt zich op situaties waarin bijvoorbeeld de stroom uitvalt, er geen water uit de kraan komt, of communicatienetwerken niet meer functioneren.
De exacte invulling van de noodsteunpunten kan per gemeente verschillen, afhankelijk van de lokale behoeften en omstandigheden. Over het algemeen bieden de steunpunten een plek voor mensen om samen te komen, informatie te ontvangen over de situatie en beschikbare hulp, en toegang te krijgen tot basisbehoeften zoals water en eerste hulp. In sommige gevallen kunnen de steunpunten ook dienen als oplaadpunt voor telefoons of als locatie voor het doorgeven van berichten.
De proefperiode is bedoeld om ervaring op te doen met de werking van de noodsteunpunten en om te bepalen of deze een effectieve manier zijn om de bevolking te ondersteunen tijdens crises. De resultaten van de proef zullen worden geëvalueerd en gebruikt om te bepalen of de noodsteunpunten op grotere schaal moeten worden ingevoerd.
Naast de proef met noodsteunpunten, speelt ook de ontwikkeling van de WOZ-waarde een rol in de financiële situatie van gemeenten en burgers. In 2026 is de gemiddelde WOZ-waarde 10,6 procent hoger dan in 2025, maar er zijn grote verschillen tussen gemeenten. Dit gegeven staat los van de proef met noodsteunpunten, maar is wel relevant in de context van gemeentelijke ontwikkelingen en de financiële positie van inwoners.