Een moeder die haar gehandicapte zoon verdedigde door een aanvaller neer te steken, is ook in hoger beroep niet gestraft. De uitspraak bevestigt het eerdere vonnis in deze zaak, waarin de rechtbank oordeelde dat de vrouw handelde uit noodweer.
De zaak draait om een incident waarbij de zoon van de vrouw werd aangevallen. De moeder greep in om haar zoon te beschermen en stak daarbij de aanvaller neer. Na het incident werd de moeder aangeklaagd voor mishandeling met een gevaarlijk wapen, maar de rechtbank oordeelde in eerste instantie dat er sprake was van noodweer, waardoor de vrouw niet strafbaar was. Het Openbaar Ministerie ging tegen deze uitspraak in hoger beroep.
Het hof heeft nu geoordeeld dat de vrouw inderdaad handelde uit noodweer. Dit betekent dat de vrouw zichzelf en haar zoon verdedigde tegen een directe en wederrechtelijke aanval. Volgens het Nederlands recht is iemand die uit noodweer handelt niet strafbaar. De proportionaliteit en subsidiariteit van het handelen worden hierbij beoordeeld; was de reactie in verhouding tot de aanval en was er geen andere manier om de aanval af te weren?
In deze zaak heeft het hof geoordeeld dat de vrouw geen andere redelijke mogelijkheid had om haar zoon te beschermen. De aanval op haar gehandicapte zoon was dusdanig ernstig dat ingrijpen noodzakelijk was. Het hof achtte de reactie van de moeder, het neersteken van de aanvaller, proportioneel gezien de omstandigheden.
De exacte details van de aanval en de verwondingen van de betrokkenen zijn niet bekendgemaakt in het artikel. Ook de identiteit van de moeder, de zoon en de aanvaller worden niet vermeld. Het is eveneens onbekend wat de directe aanleiding was voor de aanval op de gehandicapte zoon.
Met de uitspraak in hoger beroep is de zaak nu afgerond. De moeder zal niet verder worden vervolgd voor het neersteken van de aanvaller. De beslissing van het hof benadrukt het recht op zelfverdediging, met name in situaties waarin kwetsbare personen worden bedreigd.