In het kort
Spanje, Duitsland en Italië worden geconfronteerd met een 'WK-vloek' na hun laatste wereldtitels. Deze landen hebben sindsdien teleurstellende prestaties geleverd op recente toernooien, wat duidt op een terugkerend patroon van malaise na het behalen van de ultieme voetbalprijs.
Feiten over dit nieuwsbericht
- 1
Spanje, Duitsland en Italië worden geconfronteerd met een 'WK-vloek'.
- 2
Deze vloek treedt op na het winnen van een wereldtitel.
- 3
Spanje won het WK in 2010 en presteerde daarna minder.
- 4
Duitsland won het WK in 2014 en kende daarna teleurstellende resultaten.
- 5
Italië won het WK in 2006 en miste de WK's van 2018 en 2022.
Hoe de media berichten
1 artikelAchtergrond
Na de triomf op het WK van 2010 kende Spanje een periode van mindere prestaties, ondanks de gouden generatie die het land toen had. Op het WK van 2014 en het EK van 2016 bleven de resultaten ver achter bij de verwachtingen.
Duitsland, dat in 2014 de wereldtitel veroverde, kende een dramatische uitschakeling in de groepsfase op het WK van 2018 en wist zich niet te kwalificeren voor de knock-outfase op het WK van 2022. Ook op het EK van 2020 was het toernooi vroegtijdig ten einde.
Italië, de wereldkampioen van 2006, slaagde er zelfs niet in zich te kwalificeren voor de WK's van 2018 en 2022, een ongekende prestatie voor een land met zo'n rijke voetbalhistorie. Hoewel Italië recentelijk het EK van 2020 won, onderstreept het missen van de mondiale eindtoernooien de problematiek.