Verschillende politieke partijen hebben beloofd geen nieuwe asielzoekerscentra (azc's) te zullen vestigen. Desondanks blijft de Spreidingswet van kracht. Deze wet, bedoeld om de opvang van asielzoekers evenrediger over de Nederlandse gemeenten te verdelen, roept vragen op over de verenigbaarheid van de gemaakte beloften met de wettelijke verplichtingen.
De Spreidingswet is in het leven geroepen om de druk op bepaalde gemeenten, die onevenredig veel asielzoekers opvangen, te verlichten. Door de wet worden alle gemeenten in Nederland verplicht om een bijdrage te leveren aan de opvang van asielzoekers. De wet beoogt een eerlijkere verdeling en moet voorkomen dat bepaalde regio's overbelast raken. De precieze invulling van de bijdrage verschilt per gemeente en wordt bepaald aan de hand van diverse factoren, zoals de grootte van de gemeente en de beschikbare opvangcapaciteit.
De belofte van politieke partijen om 'geen azc' te realiseren, staat in contrast met de verplichtingen die voortvloeien uit de Spreidingswet. Critici stellen dat het onmogelijk is om aan de wet te voldoen zonder daadwerkelijk opvanglocaties te creëren. Het niet naleven van de wet kan leiden tot juridische procedures en sancties voor gemeenten die weigeren hun verantwoordelijkheid te nemen. De spanning tussen de politieke belofte en de wettelijke verplichting roept de vraag op hoe de partijen de opvang van asielzoekers in de praktijk willen organiseren.
De term 'kiezersbedrog' wordt genoemd in relatie tot de situatie. Dit suggereert dat de belofte van 'geen azc' mogelijk niet waargemaakt kan worden, gezien de wettelijke verplichtingen die de Spreidingswet met zich meebrengt. De discussie over de Spreidingswet en de opvang van asielzoekers blijft een actueel en gevoelig onderwerp in de Nederlandse politiek.