Het Schotse parlement heeft een wetsvoorstel verworpen dat hulp bij sterven, ook wel hulp bij zelfdoding genoemd, zou legaliseren. Dit gebeurde na een debat in het parlement. Het verworpen wetsvoorstel compliceert de discussie over dit onderwerp binnen het Verenigd Koninkrijk verder.
Het wetsvoorstel beoogde een wettelijk kader te scheppen waarin volwassenen met een ongeneeslijke en levensverkortende ziekte, die ondraaglijk lijden, de mogelijkheid zouden krijgen om hulp te vragen bij het beëindigen van hun leven. Voorstanders van het wetsvoorstel argumenteerden dat het een kwestie van autonomie en zelfbeschikking betrof, waarbij mensen in hun laatste levensfase de controle over hun eigen sterven zouden moeten kunnen hebben. Zij benadrukten dat er strenge voorwaarden en waarborgen zouden zijn ingebouwd om misbruik te voorkomen en ervoor te zorgen dat de beslissing weloverwogen en vrijwillig genomen zou worden.
Tegenstanders van het wetsvoorstel uitten hun bezorgdheid over de mogelijke gevolgen voor kwetsbare groepen in de samenleving, zoals ouderen, mensen met een handicap en mensen met psychische problemen. Zij vreesden dat legalisering van hulp bij sterven zou kunnen leiden tot een toename van het aantal zelfdodingen en dat mensen zich onder druk zouden kunnen voelen om hun leven te beëindigen, zelfs als ze dat eigenlijk niet zouden willen. Daarnaast wezen ze op de morele en ethische bezwaren tegen het actief beëindigen van een mensenleven.
De stemming in het Schotse parlement laat zien dat er verdeeldheid bestaat over dit gevoelige onderwerp. Het debat over hulp bij sterven zal naar verwachting voortduren, zowel in Schotland als in de rest van het Verenigd Koninkrijk. De uitkomst van de stemming in Schotland kan van invloed zijn op toekomstige pogingen om de wetgeving rondom dit thema te veranderen.