De Raad van State heeft kritiek geuit op een wetsvoorstel dat het opleggen van taakstraffen verbiedt in gevallen van geweld tegen hulpverleners. De Raad vreest dat het voorstel de rechterlijke macht te sterk inperkt in haar mogelijkheden tot strafoplegging.
Het wetsvoorstel beoogt een strengere aanpak van geweld tegen personen met een publieke functie, zoals ambulancepersoneel, brandweerlieden en politieagenten. Het verbieden van taakstraffen zou een signaal afgeven dat dergelijk geweld niet getolereerd wordt en zou bijdragen aan een betere bescherming van deze hulpverleners. Voorstanders van het verbod argumenteren dat taakstraffen vaak als onvoldoende afschrikwekkend worden ervaren en dat een zwaardere straf, zoals een gevangenisstraf, meer recht doet aan de ernst van het delict.
De Raad van State erkent de noodzaak om geweld tegen hulpverleners serieus aan te pakken, maar waarschuwt voor de mogelijke negatieve gevolgen van een algeheel verbod op taakstraffen. De Raad benadrukt het belang van de individuele beoordeling van elke zaak door de rechter. Een taakstraf kan in bepaalde gevallen een passende en effectieve straf zijn, bijvoorbeeld wanneer de dader spijt betuigt, een blanco strafblad heeft of een geringe rol heeft gespeeld bij het geweld. Door de rechter de mogelijkheid te ontnemen om een taakstraf op te leggen, wordt volgens de Raad van State de ruimte voor maatwerk beperkt en kan het voorkomen dat er onevenredig zware straffen worden opgelegd.
De kritiek van de Raad van State richt zich op de principiële vraag of het wenselijk is om de rechterlijke macht op voorhand te beperken in haar bevoegdheid tot strafoplegging. De Raad adviseert de wetgever om zorgvuldig te overwegen of het beoogde doel van het wetsvoorstel, namelijk een betere bescherming van hulpverleners, niet op een andere manier kan worden bereikt, bijvoorbeeld door het verhogen van de maximale straffen of het verbeteren van de handhaving. Het is nu aan de regering en het parlement om te beslissen of zij het wetsvoorstel, ondanks de kritiek van de Raad van State, willen handhaven.