In het kort
Minister Vijlbrief heeft bevestigd dat een snellere verhoging van de AOW-leeftijd niet aan de orde is. Deze beslissing heeft gevolgen voor de overheidsfinanciën. De minister heeft hiermee een eerder geopperd voorstel van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) van tafel geveegd.
Feiten over dit nieuwsbericht
- 1
Minister Vijlbrief sluit snellere verhoging van de AOW-leeftijd uit.
- 2
Een snellere verhoging van de AOW-leeftijd was voorgesteld door de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR).
- 3
De beslissing heeft gevolgen voor de overheidsfinanciën.
- 4
De AOW-leeftijd wordt momenteel stapsgewijs verhoogd naar 67 jaar in 2025.
- 5
Na 2025 wordt de AOW-leeftijd aangepast aan de stijgende levensverwachting.
Hoe de media berichten
1 artikelAchtergrond
De beslissing van minister Vijlbrief heeft directe consequenties voor de overheidsfinanciën. Een snellere verhoging van de AOW-leeftijd zou op de lange termijn leiden tot een lagere uitgavenpost voor de AOW en een hogere belastinginkomsten door langer doorwerkende werknemers. Door deze optie van tafel te vegen, blijven de huidige financiële projecties voor de AOW-uitgaven van kracht, tenzij andere maatregelen worden genomen.
Het kabinet heeft de AOW-leeftijd al eerder gekoppeld aan de levensverwachting. De huidige wetgeving bepaalt dat de AOW-leeftijd stapsgewijs wordt verhoogd tot 67 jaar in 2025, en daarna verder wordt aangepast aan de stijgende levensverwachting. De WRR had in een advies voorgesteld om deze stijging te versnellen om de houdbaarheid van de sociale zekerheid op de lange termijn te waarborgen. Minister Vijlbrief heeft dit advies echter naast zich neergelegd.