Het kabinet heeft besloten een aangenomen motie van de Tweede Kamer, die opriep tot het beschikbaar stellen van extra financiële middelen voor Oekraïne, niet uit te voeren. Dit besluit heeft tot teleurstelling geleid binnen de Tweede Kamer, zo meldt het Reformatorisch Dagblad.
De motie, waarvan de exacte inhoud en initiatiefnemers in het artikel niet worden gespecificeerd, beoogde een verhoging van de financiële steun aan Oekraïne. De achterliggende gedachte was vermoedelijk om het land, dat verwikkeld is in een conflict, verder te ondersteunen. De aard van de beoogde steun, bijvoorbeeld humanitair, militair, of economisch, wordt in het artikel niet nader toegelicht.
De redenen voor het kabinet om de motie niet uit te voeren, worden in het artikel niet vermeld. Evenmin wordt duidelijk of het kabinet alternatieve vormen van steun aan Oekraïne overweegt of reeds verleent. De precieze omvang van het bedrag dat met de motie gemoeid was, blijft ook onbekend. Het artikel geeft geen inzicht in de politieke afwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen, noch in de mogelijke juridische of budgettaire obstakels die een rol spelen. De reactie van de Tweede Kamer, behalve de algemene constatering van teleurstelling, wordt niet verder uitgewerkt. Het is onduidelijk welke stappen de Kamer eventueel zal ondernemen naar aanleiding van het besluit van het kabinet.
