Het kabinet onder leiding van minister Jetten hanteert een strategie genaamd 'motiemanagement' om de oppositie een rol te geven in het politieke proces. De methode behelst het actief inspelen op en managen van moties die door de oppositie worden ingediend. Het doel is om de oppositie te betrekken bij de besluitvorming, maar de daadwerkelijke effectiviteit van deze aanpak is onderwerp van discussie.
Motiemanagement kan verschillende vormen aannemen. Het kabinet kan bijvoorbeeld een motie van de oppositie steunen, aanpassen, of een alternatief voorstel indienen. Ook kan het kabinet in gesprek gaan met de indiener van de motie om tot een compromis te komen. Het idee achter motiemanagement is dat de oppositie zich gehoord voelt en dat er draagvlak ontstaat voor het uiteindelijke beleid.
De mate waarin motiemanagement succesvol is, is echter niet altijd duidelijk. Critici stellen dat het soms slechts een cosmetische ingreep is, waarbij de oppositie een schijnrol krijgt toebedeeld zonder daadwerkelijke invloed. Anderen zien het als een waardevolle manier om de kloof tussen regering en oppositie te verkleinen en tot betere besluitvorming te komen. Het kabinet-Jetten lijkt met deze aanpak te zoeken naar een manier om de politieke samenwerking te bevorderen, maar de uiteindelijke impact zal afhangen van de concrete uitwerking en de bereidheid van alle betrokken partijen om tot compromissen te komen.