De recente acties van de Verenigde Staten en Israël tegen Iran, zonder mandaat van de Verenigde Naties, hebben geleid tot twijfels bij deskundigen over de geldigheid en de naleving van het internationaal recht. Deze ontwikkeling vindt plaats in een context waarin de Verenigde Staten, onder de regering van Donald Trump, een meer unilaterale benadering van buitenlands beleid lijken te volgen.
Het internationaal recht is een complex systeem van verdragen, gewoonten en beginselen dat de betrekkingen tussen staten regelt. Een centraal element hiervan is het verbod op het gebruik van geweld, tenzij in geval van zelfverdediging of met toestemming van de VN-Veiligheidsraad. Het ontbreken van een VN-mandaat voor de acties tegen Iran roept vragen op over de legitimiteit ervan in het licht van dit verbod.
De acties van de VS en Israël, en het uitblijven van een duidelijke veroordeling door de internationale gemeenschap, worden door sommige deskundigen gezien als een teken dat het internationaal recht aan invloed verliest. Zij wijzen erop dat de macht van de Verenigde Staten, als een van de belangrijkste actoren in de wereldpolitiek, het voor de VN moeilijk maakt om effectief op te treden. Bovendien wordt gewezen op de groeiende polarisatie binnen de Veiligheidsraad, waardoor het steeds moeilijker wordt om overeenstemming te bereiken over internationale kwesties.
De gevolgen van deze ontwikkeling kunnen verstrekkend zijn. Als staten zich minder gebonden voelen aan het internationaal recht, kan dit leiden tot een toename van conflicten en instabiliteit. Het kan ook de positie van internationale organisaties zoals de VN verzwakken en het moeilijker maken om mondiale uitdagingen zoals klimaatverandering en pandemieën aan te pakken. De toekomst van de internationale rechtsorde lijkt onzeker, nu de traditionele machtsverhoudingen verschuiven en de bereidheid om multilaterale samenwerking te omarmen afneemt.
