In het kort
Het gerechtshof Amsterdam heeft deels ingestemd met de eisen van de nieuwe advocaten van Ridouan Taghi. De advocaten vroegen om anderhalf jaar voorbereidingstijd voor de zaak. Het hof heeft bepaald dat de inhoudelijke behandeling van de zaak niet voor maart 2028 zal plaatsvinden.
Feiten over dit nieuwsbericht
- 1
Nieuwe advocaten van Ridouan Taghi eisen anderhalf jaar (18 maanden) voorbereidingstijd.
- 2
De advocaten dreigen op te stappen als ze niet genoeg tijd krijgen.
- 3
Het Openbaar Ministerie (OM) wijst de eis voor 18 maanden voorbereidingstijd af.
- 4
Het gerechtshof Amsterdam komt deels tegemoet aan de eisen van de verdediging.
- 5
De inhoudelijke behandeling van de zaak zal niet voor maart 2028 plaatsvinden.
Hoe de media berichten
9 artikelen · 8 invalshoeken“Herhaalt de eis van 1,5 jaar voorbereidingstijd en de uitspraak dat het 'niet met een onsje minder' kan.”
“Onderstreept de eis van 1,5 jaar voorbereidingstijd en de uitspraak dat het 'niet met een onsje minder' kan.”
“Vermeldt de eis van anderhalf jaar voorbereidingstijd voor het hoger beroep en de afwijzing hiervan door het OM.”
“Geeft aan dat de nieuwe advocaten dreigen op te stappen als ze niet genoeg tijd en vrije toegang krijgen.”
“Stelt dat de inhoudelijke behandeling van de zaak niet voor maart 2028 zal plaatsvinden.”
“Benadrukt de eis van 18 maanden voorbereidingstijd en de urgentie die de verdediging voelt met de uitspraak 'Het is nu of nooit'.”
“Vermeldt de eis van anderhalf jaar voorbereidingstijd voor het hoger beroep en de afwijzing hiervan door het OM.”
“Meldt dat het hof grotendeels akkoord gaat met de eisen van de nieuwe advocaten en noemt zittingen in 2027 als mogelijkheid.”
Achtergrond
De nieuwe advocaten van Taghi hadden aanvankelijk anderhalf jaar (18 maanden) voorbereidingstijd geëist, met de mededeling dat ze anders zouden stoppen met de zaak. Ze gaven aan dat deze tijd nodig was om zich adequaat te kunnen voorbereiden op het proces, waarbij ze aangaven dat het 'nu of nooit' was en dat het 'niet met een onsje minder' kon.
Het Openbaar Ministerie (OM) wees de eis voor anderhalf jaar voorbereidingstijd af. Het hof heeft echter besloten de verdediging deels tegemoet te komen. Als gevolg van deze beslissing zal de inhoudelijke behandeling van de zaak tegen Ridouan Taghi niet voor maart 2028 plaatsvinden. Eerder waren er ook al vraagtekens bij de mogelijkheid voor extra bezoeken aan de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) in Vught, waar Taghi vastzit.

