In het kort
Jongeren in Oost-Nederland kiezen er vaker voor om te gaan werken en leren, terwijl de doorstroom naar het havo achterblijft. Dit betekent dat een groter deel van de jongeren direct na het voortgezet onderwijs een beroepsgerichte opleiding of baan kiest, in plaats van door te stromen naar het hoger algemeen voortgezet onderwijs.
Feiten over dit nieuwsbericht
- 1
Jongeren in Oost-Nederland kiezen vaker voor werken en leren.
- 2
De doorstroom naar havo blijft achter in Oost-Nederland.
- 3
Een groter deel van de jongeren kiest na het voortgezet onderwijs voor een beroepsgerichte opleiding of baan.
Hoe de media berichten
1 artikelJongeren in Oost-Nederland kiezen vaker voor werken en leren, doorstroom naar havo blijft achter
Lees meerAchtergrond
De keuze voor een combinatie van werken en leren, zoals een beroepsopleiding (mbo) die deels praktisch werk omvat, wordt steeds populairder. Dit kan te maken hebben met de wens om sneller praktijkervaring op te doen en direct aan de slag te gaan op de arbeidsmarkt. Het havo, dat meer gericht is op een brede algemene ontwikkeling ter voorbereiding op het hoger onderwijs, lijkt hierdoor minder aantrekkelijk te worden voor een deel van de jongeren in deze regio.
De achterblijvende doorstroom naar havo kan gevolgen hebben voor de instroom in het hoger onderwijs en de samenstelling van de toekomstige beroepsbevolking. Het is een ontwikkeling die de onderwijs- en arbeidsmarktstrategieën in Oost-Nederland kan beïnvloeden.