In het kort
Onderzoekers hebben in Siberië het oudste bekende bewijs gevonden voor pestuitbraken. Deze uitbraken vonden mogelijk al 5500 jaar geleden plaats en troffen jagers en verzamelaars. Dit bewijs is gevonden in de vorm van DNA-sporen van de bacterie Yersinia pestis.
Feiten over dit nieuwsbericht
- 1
Het oudste bekende bewijs voor pestuitbraken is gevonden in Siberië.
- 2
De pestuitbraken vonden mogelijk al 5500 jaar geleden plaats.
- 3
De ziekte trof destijds jagers en verzamelaars.
- 4
Het bewijs bestaat uit DNA-sporen van de bacterie Yersinia pestis.
- 5
De ontdekking verlegt de geschiedenis van de pest aanzienlijk.
Hoe de media berichten
1 artikelAchtergrond
De ontdekking is gebaseerd op de analyse van menselijke resten die zijn gevonden op archeologische vindplaatsen. Deze resten vertoonden sporen van de Yersinia pestis bacterie, wat duidt op een infectie. De datering van deze resten plaatst de mogelijke pestuitbraken rond 3500 voor Christus.
Dit onderzoek verlegt de geschiedenis van de pest aanzienlijk. Voorheen werd aangenomen dat de eerste grote pestuitbraken veel later plaatsvonden, zoals de pest van Justinianus in de 6e eeuw na Christus en de Zwarte Dood in de 14e eeuw. Het nieuwe bewijs suggereert dat de ziekte al veel langer circuleert en ook al in prehistorische populaties voorkwam.

