Vier jaar na de invoering van sancties tegen Rusland blijkt dat de Russische economie weliswaar wordt geraakt, maar niet instort. De sancties, die werden ingesteld na de annexatie van de Krim in 2014 en de daaropvolgende conflicten in Oost-Oekraïne, hebben vooral invloed op de olie-inkomsten en de innovatiekracht van het land.
De sancties zijn gericht op verschillende sectoren van de Russische economie, waaronder de financiële sector, de defensie-industrie en de energiesector. Het doel van de maatregelen is om Rusland te dwingen zijn buitenlandse beleid te wijzigen en de destabilisatie van Oekraïne te staken. Hoewel de sancties de toegang van Russische bedrijven tot internationale kapitaalmarkten hebben beperkt en de import van bepaalde technologieën hebben bemoeilijkt, heeft de Russische economie zich tot nu toe veerkrachtig getoond.
Een belangrijk effect van de sancties is de korting die Rusland moet geven op de olie die het exporteert. Door de beperkte afzetmogelijkheden is Rusland gedwongen zijn olie tegen een lagere prijs aan te bieden, wat resulteert in lagere inkomsten voor de Russische staat. Daarnaast wordt de innovatie in Rusland belemmerd door de beperkte toegang tot westerse technologie en investeringen. Dit heeft gevolgen voor de modernisering van de Russische economie en de concurrentiepositie op de lange termijn.
Ondanks de negatieve effecten van de sancties, is de Russische economie erin geslaagd zich aan te passen aan de nieuwe omstandigheden. De regering heeft maatregelen genomen om de binnenlandse productie te stimuleren en de afhankelijkheid van buitenlandse leveranciers te verminderen. Ook heeft Rusland nieuwe afzetmarkten gevonden voor zijn producten, met name in Azië. Hierdoor is de impact van de sancties op de Russische economie tot nu toe beperkt gebleven.