In het kort
Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) beoordeelt de potentiële gevaren van diverse stoffen die in producten voorkomen, zoals asbest in speelzand en pfas in eieren. Echter, het instituut voert zelf nauwelijks tests uit om deze risico's te onderzoeken. De beoordeling van de gevaarlijkheid van deze stoffen gebeurt voornamelijk op basis van bestaande literatuur en data van andere instanties.
Feiten over dit nieuwsbericht
- 1
Het RIVM beoordeelt de gevaren van stoffen in producten.
- 2
Voorbeelden van onderzochte stoffen zijn asbest in speelzand en pfas in eieren.
- 3
Het RIVM voert zelf nauwelijks tests uit naar deze stoffen.
- 4
De beoordeling van gevaren is voornamelijk gebaseerd op bestaande literatuur en data van andere instanties.
Hoe de media berichten
1 artikelAchtergrond
Ondanks de rol in risicobeoordeling, voert het RIVM zelf beperkt onderzoek uit naar deze stoffen. De analyse van de gevaren is grotendeels gebaseerd op informatie die al beschikbaar is, zoals wetenschappelijke literatuur en gegevens verzameld door andere organisaties. Dit betekent dat het instituut niet primair zelf de producten test om de mate van gevaar te bepalen.
