De Europese Commissie overweegt een 'Made in Europe'-eis om de Europese industrie te stimuleren. Dit voornemen roept echter discussie op over de precieze definitie van 'Europees' en de reikwijdte van een dergelijke eis. De Commissie wil met deze maatregel de concurrentiepositie van Europese bedrijven versterken en de afhankelijkheid van andere economische blokken verminderen.
De kern van de discussie ligt in de vraag welke criteria bepalen of een product als 'Made in Europe' kan worden beschouwd. Moet het product volledig in Europa zijn vervaardigd, of is een bepaald percentage van de waardecreatie voldoende? Ook de herkomst van de grondstoffen en de rol van Europese technologie in het productieproces spelen een rol in de discussie. Verschillende lidstaten en belangengroepen hebben uiteenlopende opvattingen over deze criteria.
Een andere belangrijk aspect is de reikwijdte van de 'Made in Europe'-eis. Zal deze gelden voor alle producten, of alleen voor bepaalde sectoren, zoals strategische industrieën of groene technologie? De keuze voor een beperkte of brede toepassing heeft grote gevolgen voor de impact op de Europese economie en de handelsrelaties met andere landen. Een te brede toepassing kan leiden tot protectionisme en tegenmaatregelen van andere landen, terwijl een te beperkte toepassing mogelijk onvoldoende effect heeft op de concurrentiepositie van de Europese industrie.
De Europese Commissie zal de komende tijd verder onderzoek doen naar de verschillende aspecten van de 'Made in Europe'-eis en overleg voeren met lidstaten, het Europees Parlement en belanghebbenden. Het doel is om een evenwicht te vinden tussen het stimuleren van de Europese industrie en het waarborgen van een open en eerlijke internationale handel.