In het kort
Cementfabrikant Lafarge is schuldig bevonden aan het financieren van terrorisme en het schenden van sancties in Syrië. Het bedrijf heeft betalingen gedaan aan terreurgroepen om de veiligheid van zijn fabriek in Jalabiya te garanderen. Deze betalingen vonden plaats tussen 2011 en 2015.
Feiten over dit nieuwsbericht
- 1
Cementfabrikant Lafarge is schuldig bevonden aan het financieren van terrorisme en het schenden van sancties in Syrië.
- 2
Het bedrijf deed betalingen aan terreurgroepen tussen 2011 en 2015.
- 3
De betalingen waren bedoeld om de veiligheid van de cementfabriek in Jalabiya te garanderen.
- 4
De fabriek in Jalabiya werd in 2011 door Lafarge overgenomen.
- 5
Lafarge sloot deals met gewapende groeperingen, waaronder IS, om de fabriek draaiende te houden.
Hoe de media berichten
1 artikelCementfabrikant Lafarge schuldig bevonden aan betalen terroristen
Lees meerAchtergrond
De fabriek in Jalabiya, in het noorden van Syrië, werd in 2011 door Lafarge overgenomen. Het bedrijf bleef de fabriek exploiteren, ook nadat het conflict in Syrië escaleerde. Om de fabriek draaiende te houden en het personeel te beschermen, sloot Lafarge deals met verschillende gewapende groeperingen, waaronder IS. Deze groeperingen controleerden de gebieden rondom de fabriek.
De Amerikaanse aanklagers stelden dat Lafarge wist dat het geld terechtkwam bij terreurorganisaties. Het bedrijf zou de betalingen hebben verhuld door middel van een tussenpersoon. Lafarge heeft in 2017 de betalingen aan de terreurgroepen gestopt, nadat de fabriek in Jalabiya door IS was ingenomen. In 2018 fuseerde Lafarge met het Zwitserse Holcim tot LafargeHolcim, dat later werd omgedoopt tot Holcim.