In het kort
Het artikel belicht hoe de provincie Limburg, ondanks dat het geen directe koloniale geschiedenis heeft, toch profiteerde van de slavernij. Dit gebeurde via de handel in producten zoals tabak uit Tegelen en de rol van lokale bestuurders, zoals de burgemeester van Cadier en Keer, die banden hadden met de slavenhandel. De tentoonstelling 'Limburg en de Slavernij' in het Limburgs Museum in Venlo onderzoekt deze verborgen geschiedenis.
Feiten over dit nieuwsbericht
- 1
Limburg profiteerde indirect van de slavernij.
- 2
De tentoonstelling 'Limburg en de Slavernij' vindt plaats in het Limburgs Museum in Venlo.
- 3
Tabak uit Tegelen werd mogelijk verhandeld in relatie tot de slavernij.
- 4
De burgemeester van Cadier en Keer had banden met de slavenhandel.
- 5
De tentoonstelling onderzoekt de verborgen geschiedenis van Limburg en de slavernij.
Hoe de media berichten
1 artikelHoe ook Limburg profiteerde van de slavernij: van Tegelse tabak tot de burgemeester van Cadier en Keer
Lees meerAchtergrond
Een belangrijk aspect dat naar voren komt, is de rol van Limburgse handel en producten. Zo werd er in Tegelen tabak verbouwd die mogelijk via tussenhandelaren in de slavenkoloniën terechtkwam. Dit illustreert hoe economische activiteiten in Limburg indirect verbonden waren met de slavernij.
Daarnaast belicht de tentoonstelling de rol van individuen uit Limburg. De burgemeester van Cadier en Keer wordt genoemd als een persoon met banden die wijzen op betrokkenheid bij de slavenhandel. Dit soort voorbeelden laat zien dat ook op lokaal bestuurlijk niveau connecties bestonden met de economie die gebaseerd was op slavernij.
De tentoonstelling in het Limburgs Museum beoogt deze verborgen geschiedenis van Limburg en de slavernij toegankelijk te maken voor het publiek. Door middel van objecten, verhalen en onderzoek wordt de complexe relatie tussen de provincie en dit duistere hoofdstuk uit de geschiedenis blootgelegd.