Een experiment voorgesteld door Arsène Wenger, voormalig manager van Arsenal en hoofd van de wereldwijde voetbalontwikkeling bij de FIFA, zou ingrijpende gevolgen kunnen hebben voor de interpretatie van de buitenspelregel in het voetbal. Het experiment, dat momenteel wordt overwogen door de FIFA, zou de huidige regel kunnen veranderen die al decennialang van kracht is.
De huidige buitenspelregel stelt dat een speler zich in buitenspelpositie bevindt als enig deel van zijn lichaam waarmee hij een doelpunt kan maken dichter bij de doellijn van de tegenstander is dan zowel de bal als de voorlaatste verdediger. Deze regel heeft in de loop der jaren tot veel discussie en controversiële beslissingen geleid, mede door de subjectiviteit bij het bepalen van de exacte positie van de speler en de verdediger op het moment van de pass.
Wenger's voorstel zou de regel vereenvoudigen door te stellen dat een speler alleen buitenspel staat als zijn gehele lichaam zich voorbij de laatste verdediger bevindt. Dit zou betekenen dat een aanvaller die met een deel van zijn lichaam nog op gelijke hoogte staat met de verdediger, niet langer als buitenspel zou worden beschouwd. Het doel van deze wijziging is om de regel duidelijker en minder vatbaar voor interpretatie te maken, en om aanvallend spel te bevorderen.
De mogelijke impact van deze verandering is aanzienlijk. Het zou kunnen leiden tot meer doelpunten, aangezien aanvallers meer ruimte zouden hebben om te bewegen zonder het risico te lopen buitenspel te worden gefloten. Het zou ook de rol van de videoscheidsrechter (VAR) kunnen verminderen, aangezien de beslissingen over buitenspel minder complex zouden worden. Critici vrezen echter dat de verandering het voordeel te veel naar de aanvallers zou verschuiven en de verdedigende teams zou benadelen. De FIFA zal de komende tijd experimenten uitvoeren om de effecten van de voorgestelde regelwijziging te testen voordat een definitieve beslissing wordt genomen.